
Dagelijks een lage dosis aspirine na een kankerdiagnose verlaagt het risico op uitzaaiingen bij en het overlijden aan bepaalde soorten kanker. Erg veel wordt met deze kennis nog niet gedaan. Een rol daarbij speelt dat het onduidelijk is hoe aspirine zou kunnen werken. Een door de Britse overheid gefinancierd onderzoek vond zo’n werkingsmechanisme.
Aspirine is een merknaam van de werkzame stof acetylsalicylzuur. De inspiratie voor dit 126 jaar geleden op de markt gebrachte medicijn komt uit de natuur. Het is koortsverlagend, pijnstillend en ontstekingsremmend. Om het vermoeden te testen dat aspirine hartaanvallen en beroertes kon voorkomen werden in Groot Brittannië enkele grote gerandomiseerde klinische studies opgetuigd. Het beschermende effect bleek inderdaad te bestaan, al leidden recente placebogecontroleerde studies tot de conclusie dat het preventief slikken door gezonde volwassenen, wegens het grotere risico op bloedingen, geen goed idee is. Een conclusie waar Ierse wetenschappers overigens tegen argumenteren, berichtte MMV vorig jaar.
Uitzaaiingen en kankersterfte
De bovengenoemde klinische onderzoeken brachten wetenschappers van onder meer de universiteit van Oxford op het idee na te gaan of aspirine ook invloed had op de ontwikkeling van kanker. In The Lancet – samenvatting – publiceerden zij in 2012 wat dat betreft hoopgevende resultaten. Van de ruim 17 duizend deelnemers aan de studies, werd in 6,5 jaar bij bijna duizend van hen een solide tumor gediagnosticeerd. Deelnemers in de aspirinegroepen hadden een gemiddeld 36 procent lager risico op uitzaaiingen. Dit voordeel was voornamelijk afkomstig van het grote effect bij adenocarcinomen, een 46 procent lager risico ten opzichte van de deelnemers uit de placebogroepen.
Adenocarcinomen ontstaan in klierweefsel en komen veel voor bij kanker in baarmoeder, borst, darm, long, maag, prostaat, slokdarm en alvleesklier. Studiedeelnemers in de aspirinegroepen die bij ontdekking van hun adenocarcinoom nog geen uitzaaiingen hadden, liepen een vijftig procent lager risico aan hun kanker te overlijden in vergelijking tot hun lotgenoten uit de placebogroepen.
Recht op een geïnformeerde beslissing
Vorig jaar berichtte MMV over het werk van een team van Cardiff University (VK) dat op basis van 118 observationele studies op een gemiddeld twintig procent lager overlijdensrisico uitkwam voor kankerpatiënten die lagere doseringen aspirine gebruikten. Daarbij gingen zij uitgebreid in op het risico op bloedingen. De ernst daarvan wordt chronisch te hoog ingeschat betogen ze. Waardoor de verhouding tussen werking en bijwerking dusdanig gunstig is dat artsen hun patiënten daar actief over zouden moeten informeren. ‘De bewijzen van de mogelijke voordelen van aspirine zijn zonder twijfel hoogst relevant voor mensen met kanker en voor hun zorgverleners’, betogen ze.
Hun pleidooi steunt naast het observationele bewijs, op een reeks relevante biologische mechanismen van aspirine die relevant zijn bij de ontwikkeling van kanker. Hun verslag daarvan, eerder gepubliceerd in Open Biology, gaat ook in op de rol van bloedplaatjes bij het uitzaaien van kanker. De eerste publicatie daarover dateert uit 1968. Nu toont een team uit Cambridge een tot nu toe onbekend mechanisme.
Bloedplaatjes, aspirine en immuunfunctie
Hoofdrol daarbij speelt een tromboxaan (TXA2). Bloedplaatjes – trombocyten – in rode bloedcellen maken deze stof aan om bloedvaten te vernauwen en samen te klonteren. Van levensbelang om bloedingen als gevolg van verwonding te stoppen, maar minder handig als het klonteren zonder acute oorzaak plaatsheeft. De preventieve werking van aspirine bij hart- en vaatincidenten berust op het ‘anti-klontereffect’ door de aanmaak van tromboxanen te remmen. In Nature laten de onderzoekers zien hoe het genoemde tromboxaan precies de werking van T-cellen onderdrukt.
In experimenten met muizen bevestigen ze bovendien dat zowel het uitschakelen van een route in de T cellen waarvan het mechanisme afhangt, áls het beperken van de beschikbaarheid van TXA2 door aspirine, zorgt voor het afstoten van micro-metastasen. En dat dat dit samengaat met een verhoogde activiteit van T-cellen.
Ze concluderen: ‘Deze bevindingen onthullen een nieuw route van immuunonderdrukking die de werking van T-cellen tegen uitzaaiingen beperkt. Wat een mechanistisch inzicht verschaft in de anti-uitzaaiingsactiviteit van aspirine en de weg effent voor de ontwikkeling van effectievere immuuntherapieën tegen uitzaaiingen.’
Foto Wikimedia
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief